Slibontwatering optimaliseren begint bij betrouwbaar meten
De ontwateringsmachine draait, er komt slibkoek uit en het centraatwater stroomt weg. Het proces lijkt goed te verlopen. Toch blijven er vragen over hoe goed je slibontwateringsproces écht presteert. Gebruik je meer polymeer dan nodig? Bevat de slibkoek nog te veel water? En hoeveel vaste stof gaat verloren met het afgescheiden water?
Wie daar een antwoord op zoekt, komt telkens bij dezelfde parameter uit: het drogestofgehalte. Een continue drogestofmeting geeft je meer inzicht in de samenstelling van het slib. Zo kun je veranderingen sneller herkennen en de ontwatering gerichter bijsturen. Voor een volledig beeld kijk je ook naar de slibkoek en het afgescheiden water.
Waarom het drogestofgehalte zo zwaar doorweegt
Afvalwater komt sterk verdund binnen in de zuivering. In een reeks bassins wordt het stap voor stap ingedikt, tot er een slib overblijft dat dik genoeg is voor de ontwateringsmachine. Het doel is om een zo droog mogelijke slibkoek te krijgen.
Om het water makkelijker uit het slib te krijgen, wordt er een polymeer toegevoegd. De slibdeeltjes klitten daardoor samen en scheiden zich vlotter af van het water. In de praktijk draait alles rond de juiste hoeveelheid, en die hangt rechtstreeks af van het drogestofgehalte van het slib dat de machine binnengaat.
Zit je naast die juiste dosis, dan merk je dat op twee plaatsen: in je kosten en in de kwaliteit van je centraatwater.
- Polymeerverbruik: polymeer is een dure grondstof, dus elke overbodige dosis weegt op je werkingskosten.
- Slibverwerking: hoe natter de slibkoek, hoe meer water je mee laat verbranden.
- Kwaliteit van het centraat: polymeer is slecht biologisch afbreekbaar. Wat ongebonden meegaat met het centraatwater, komt uiteindelijk in het oppervlaktewater terecht.
Elke liter water die je mee naar de verbrandingsoven stuurt, kost geld.
Maarten van der Voordt
Expert Drogestofmetingen bij Elscolab
Optisch of microgolf: wat ziet een droge stofmeter echt?
Het streefdoel ligt bij een slibkoek met meer dan 30 procent droge stof. Om die droge slibkoek te halen, moet je weten wat er de machine ingaat. Daarom wordt het drogestofgehalte inline gemeten, vlak vóór de ontwateringsmachine. Op basis van die meting stem je zowel de polymeerdosering als de snelheid van de machine af. Maar niet elke droge stofmeting werkt op dezelfde manier.
Klassieke optische sensoren baseren zich op de kleur van het slib. Dat gaat goed zolang de samenstelling stabiel blijft. Wijzigt die, dan moet de sensor opnieuw gekalibreerd worden, een taak waar operatoren in de praktijk vaak geen tijd voor hebben. Bovendien meet zo’n sensor op één punt in de leiding.
De Valmet drogestofmeters die we aanbieden, werken met microgolftechnologie. Een microgolfsignaal reist trager door het slib naarmate er meer water in zit. Dat verband is lineair, waardoor je inline droge stof kan meten tot 50 procent. Daarnaast gebruiken we meerpuntskalibratie. De meter wordt afgestemd op meerdere referentiewaarden in plaats van één. Hoe meer kalibratiepunten, hoe nauwkeuriger de meting.
Strengere lozingseisen vanaf 2027
Een goede drogestofmeting loont vandaag al, en de komende jaren wint ze nog aan belang. Vanaf 2027 legt de Kaderrichtlijn Water strengere eisen op aan geloosd water. Dat geeft slibontwatering een extra dimensie. Een efficiënter ontwateringsproces levert namelijk ook properder centraatwater op.
Voor waterzuiveraars en industriële bedrijven met een eigen zuivering betekent drogestofmeting zo een dubbele winst. Je proces draait efficiënter en je zet een stap richting de milieunormen van morgen.
Advies voor jouw installatie
Elke installatie vraagt een eigen aanpak. Daarom begint Elscolab met een bezoek ter plaatse. We bekijken of een drogestofmeting toepasbaar is, bepalen een geschikte meetpositie en beoordelen de mogelijke besparing.
Wil je weten of je slibontwateringsproces optimaal draait, of wat een inline drogestofmeting in jouw installatie kan opleveren? Neem contact op met ons team om je toepassing te bespreken.